1. Het gaat niet om de ander, maar om wat nabijheid oproept
>
>Bij bindingsangst is intimiteit vaak de trigger:
>bang om jezelf kwijt te raken
>bang om afhankelijk te worden
>bang om later gekwetst te worden
>De ander is zelden het probleem — de nabijheid wel.
>
>2. Begrijp je neiging om afstand te nemen
>Typisch bij bindingsangst:
>twijfels zodra het serieuzer wordt
>irritatie om kleine dingen
>verlangen naar vrijheid precies wanneer het veilig wordt
>Dat zijn geen tekens dat het “fout” is, maar signalen van oude patronen die aangaan.
>
>3. Accepteer de angst, niet het vermijdingsgedrag
>Je hoeft de angst niet weg te maken.
>Wat helpt is:
>angst opmerken (“dit is bindingsangst”)
>niet meteen handelen (appje negeren, wegtrekken, relatie afkappen)
>Even blijven bij het gevoel is vaak al een doorbraak.
>
>4. Onderzoek waar de angst vandaan komt
>Bindingsangst ontstaat vaak door:
>onveilige hechting
>eerdere verlating of emotionele onbeschikbaarheid
>het gevoel dat je alleen veilig bent als je niemand nodig hebt
>Het gaat minder over nu, en meer over toen.
>
>5. Leer dat nabijheid en autonomie samen kunnen bestaan
>Veel mensen met bindingsangst denken onbewust:
>“Als ik mij bind, raak ik mezelf kwijt.”
>Oefen met:
>je eigen ruimte benoemen
>grenzen aangeven zonder weg te gaan
>ervaren dat verbinding niet gelijk staat aan opsluiting
>
>6. Wees eerlijk, ook al is dat spannend
>Zeggen:
>“Dit is moeilijk voor mij, maar ik wil het niet uit de weg gaan.”
>bouwt meer veiligheid dan verdwijnen of afstand houden.
>De juiste verbinding kan met jouw tempo omgaan.
>
>7. Begeleiding helpt als het patroon hardnekkig is
>Bindingsangst is vaak lichamelijk en emotioneel verankerd, niet alleen mentaal.
>Begeleiding die werkt met:
>hechting
>het lichaam
>relationele patronen
>kan helpen om stap voor stap veiligheid te leren ervaren.
>
>Bij bindingsangst is intimiteit vaak de trigger:
>bang om jezelf kwijt te raken
>bang om afhankelijk te worden
>bang om later gekwetst te worden
>De ander is zelden het probleem — de nabijheid wel.
>
>2. Begrijp je neiging om afstand te nemen
>Typisch bij bindingsangst:
>twijfels zodra het serieuzer wordt
>irritatie om kleine dingen
>verlangen naar vrijheid precies wanneer het veilig wordt
>Dat zijn geen tekens dat het “fout” is, maar signalen van oude patronen die aangaan.
>
>3. Accepteer de angst, niet het vermijdingsgedrag
>Je hoeft de angst niet weg te maken.
>Wat helpt is:
>angst opmerken (“dit is bindingsangst”)
>niet meteen handelen (appje negeren, wegtrekken, relatie afkappen)
>Even blijven bij het gevoel is vaak al een doorbraak.
>
>4. Onderzoek waar de angst vandaan komt
>Bindingsangst ontstaat vaak door:
>onveilige hechting
>eerdere verlating of emotionele onbeschikbaarheid
>het gevoel dat je alleen veilig bent als je niemand nodig hebt
>Het gaat minder over nu, en meer over toen.
>
>5. Leer dat nabijheid en autonomie samen kunnen bestaan
>Veel mensen met bindingsangst denken onbewust:
>“Als ik mij bind, raak ik mezelf kwijt.”
>Oefen met:
>je eigen ruimte benoemen
>grenzen aangeven zonder weg te gaan
>ervaren dat verbinding niet gelijk staat aan opsluiting
>
>6. Wees eerlijk, ook al is dat spannend
>Zeggen:
>“Dit is moeilijk voor mij, maar ik wil het niet uit de weg gaan.”
>bouwt meer veiligheid dan verdwijnen of afstand houden.
>De juiste verbinding kan met jouw tempo omgaan.
>
>7. Begeleiding helpt als het patroon hardnekkig is
>Bindingsangst is vaak lichamelijk en emotioneel verankerd, niet alleen mentaal.
>Begeleiding die werkt met:
>hechting
>het lichaam
>relationele patronen
>kan helpen om stap voor stap veiligheid te leren ervaren.
